Serie 1001-1002. - Haagse tram

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Serie 1001-1002.

Stadsmaterieel > Motorrijtuigen 4 assig.

Motorrijtuigen algemeen.
Voorgeschiedenis.
In de jaren '20 van de vorige eeuw in de Verenigde Staten was de ontwikkeling op tramgebied stilgevallen.
In 1927 besloten de directeuren van trambedrijven op hun jaarlijkse vergadering hun krachten te bundelen en gezamelijk nieuwe ontwikkelingen te volgen en te ondersteunen. Na voorbereidend werk werd op hun vergadering in oktober 1929 door de directeuren (Presidents) besloten om een werkgroep (Committee) op te richten voor het ontwikkelen van een nieuw type tramrijtuig waarin de modernste technieken toegepast zouden worden. Dit nieuwe type tramrijtuig moest concureren met de in opkomst zijnde autobusbedrijven.
Steekwoorden hierbij waren "Comfort", "Eenmanbediening"en "Snelheid".
Men baseerde zich niet op de klassieke tramrijtuigen maar begon vanuit een zogenaamde "Nullijn" met het ontwerpen van het nieuwe tramtype.
Deze aanpak van het "Electric Railroad Presidents Conference Committe" Leidde tot een toentertijd revolutionair tramtype dat erg in de smaak viel en in Amerika en ook wereldwijd gewaardeerd werd.
De naam werd "Presidents Conference Committee-car", oftewel "PCC-car"

Uiteindelijk leidde alle testen en beproevingen die het Committee uitvoerde op 5 februari 1934 tot de bestelling van een tramrijtuig volgens de overeengekomen specificaties.
Na uitgebreide beproevingen en bezichtigingen door de tramdirecteuren kwam deze wagen in september 1934 als Brooklyn Nr; 5300 in de reizigersdienst;
Met zijn hoge aanzetversnelling kwam de wagen goed mee in het stadsverkeer.
Revolutionair in die tijd was de voetbedieng in plaats van de zware handbediening van de tram.
Na de beproeving schreef het Committee in Januari 1935 de specificaties en kon men een uitvraag doen bij fabrikanten.
Detail: Voor de produktie van de draaistellen was in eertste instantie geen fabrikant te vinden, Eén firma die helemaal niet thuis was in de bouw van tramgerelateerde zaken zag er toch wel iets in en wilde wel een produktielijn opstarten.
Die firma heeft er nooit spijt van gehad!

Het trambedrijf van Brooklyn  plaatste op 8 juli 1935 als eerste een order voor 100 PCC-cars. Op 28 mei 1936 werd de eerste echte PCC-car afgeleverd in Brooklyn.
Zoals met alle nieuwe tramtypes bleken er toch nog kleine probleempjes te zijn.In de jaren tussen 1938 en 1944 werden verdere verbetering aangebracht.
In 1945 werd de vernieuwde "all-electric PCC-car" gepresenteerd, dit was  een hoogtepunt in de tram historie!
In november 1946 besteldehet Belgische La Brugeoise een bestelling van 3 Pcc-cars, één in volledig afgewerkte staat en 2 compleet in onderdelen.
De volledig afgewerkte wagen werd in september 1947 vanuit Amerika verzonden en kwam in oktober 1947 aan. Op 19 november 1947 vond de officiele presentatie plaats waarna de wagen onder nummer 10419 op diverse lijnen in België werd beproefd. Uiteindelijk is dit prototype op 19 juli 1956 buiten dienst gegaan en in september 1959 gesloopt. Daarmee is het de eerste PCC-car die in Europa gesloopt is!

De Haagsche Tramweg Maatschappij zat in 1945 met een ernstig tekort aan motorrijtuigen. 14 oude tweeassers uit Rotterdam (serie 171-184 werden overgenomen, 16 nieuwe 4 assige wagens werde bij Werkspoor besteld waarvan er twee met PCC draaistellen uitgeust zouden worden. Eén daarvan zou tevens voorzien worden van een emlectrische PCC installatie. Uiteindelijk werden alle 16 rijtuigen van deze serie in 1948/1949 volgens Werkspoor concept afgeleverd.
De HTM gaf de voorkeur aan echte PCC's, namelijk de twee "bouwpakketten" die door La Brugeoise besteld waren
La Brugeoise heeft wel werk gehad om de beide PCC's in lengte (van 14660 mm naar 13865 mm) en breedte (van 2540 mm naar 2200 mm) aan te passen. Ook de zitplaats voor de conducteur achterin leverde het probleem op dat de middendeuren naar achteren verplaatst moesten worden. Op 19 juli 1949 arriveerde de eerste van deze twee rijtuigen in Den Haag.

Motorrijtuig 1001.
Dit motorrijtuig arriveerde per spoorwagon op 19 juli 1949 in Den Haag.
Op de Delftselaan werd het motorrijtuig met behulp van bokken van spoorwagen getild en op de rails gezet.
Motorrijtuig 804 sleepte de ongenummerde PCC-car naar de centrale werkplaats aan de Lijsterbesstraat waar het motorrijtuig zijn crème kleur en grijze biezen kreeg, evenals het nummer 199.
Op 26 juli 1949 maakte de 199 zijn eerste proefrit vanuit de Werkplaats Lijsterbesstraat naar het Savornin Lohmanplein.
Deze PCC moest met nog 2 personen bemand worden. Vanzelfsprekend de bestuurder en bij de achterdeur was plaats voor een zittende conducteur.
De wagen bleek een schot in de roos van de HTM en op 28 juli 1949 verscheen de wagen met het nummer 1001 tijdens proefritten op straat.
De presentatie van het nieuwe Haagse tramtype voor de pers en genodigden vond plaats op 4 augustus 1949 waarna de 1001 op 16 september 1949 zijn ritten in de passagiersdienst begon op lijn 9 (Scheveningen Zeebad - Hollands Spoor).
Op 29 oktober 1949 werd de 1001 verplaatst naar lijn 14 omdat de capaciteit van de 1001 op lijn 9 onvoldoende was met de bestaande dienstregeling.
In september 1952 ging de 1001 buiten dienst om verbouwd te worden tot eenmanswagen waarbij ook de beschildering aangepast werd met twee groenen strepen over de kop met daarin de tekst "Voor instappen". Het wagennummer was boven de koplamp aangebracht.
Tijdens deze verbouwing werden tevens diverse wijzigingen aangebracht.
Op 16 januari 1953 kwam de 1001 weer terug op lijn 14.

Met ingang van 6 mei 1953 ging de 1001 dienstdoen op lijn 10. Toen op 1 december 1958 het oude materieel op lijn 6 (Monnikendamplein - Stuyvesantplein) werd vervangen door de 1001 - 1017, werd de 1001 verhuisd naar de remise Frans Halsstraat. Reden voor de inzet op lijn 6 was het feit dat de serie 1000 geen koppelingen had waardoor het passeren van de krappe boog met een straal van 16 meter minder risico gaf als met een wagen van de serie 1100.
In 1961 was ondertussen bij de Haagse bevolking wel bekend dat je bij de PCC wagens voor moest instappen. De groene strepen op de kop met de tekst "Voor instappen" konden dus vervallen.
De 1001 verscheen na een schilderbeurt op 18 november 1961 met een volledig crème kop en een laag geplaatst nummer weer op straat.

In april 1971 was de 1001 overbodig nadat de diensten van de serie 1000 van lijn 6 overgegaan waren naar lijn 16 en werd samen met 8 andere wagens opgeborgen in de remise Scheveningen. Hiervandaan reed de 1001 nog instructieritten. Maar in de zomer van 1971 kwam de wagen toch weer in dienst op lijn 10.
Omdat de uitvoering met de achterdeur steeds meer problemen ging geven tijdens de haltestops werd de 1001 in 1974 uit de dienst genomen en werd door de Centrale Werkplaats uitgebreid onderhanden genomen en kwam als herboren uit deze revisie. Van het oorspronkelijke uiterlijk was niets meer over.
Het bleef een uniek rijtuig want ondanks de kleur OV-geel en de grote ramen leek het niet op een 1100 qua ramen en de verstevigingsribben in de zijwand maar meer op een 1300, maar dan in een smallere uitvoering!

In 1989 is de 1001, samen met de 1002, verhuurd aan het Amsterdamse Gemeente Vervoer Bedrijf voor instructie aan bestuurders over het rijden met voetbediening. Deze voetbediening werd aldaar op de nieuwe series 817-841 en 901-920 ingevoerd.
De 1001 vertrok op 14 september 1989 naar Amsterdam waar de wagen een tweepoot schaarbeugel kregen. Op 20 september 1989 reed de 1001 zijn eerste instructie routes en deed dat tot 27 maart 1990.
Op 12 april 1990 keerde de 1001 terug naar Den Haag en kwam op 31 mei 1990 weer terug in de passagiersdienst.
Op 30 juni 1992 reed de 1001 zijn laatste dienst en op 1 februari 1993 is de wagen gesloopt.
De kop van de 1001 is gered en bevindt zich in het Haags Openbaar Vervoer Museum.

Remise:
De remise Scheveningen was vanaf 16 september 1949 de thuisbasis voor de 1001? De wagen reed in eerste instantie op lijn 9 maar bleek daar een te kleine capaciteit te hebben in de toen geldende dienstregeling. Op 29 oktober 1949 verhuisde de 1001 naar lijn 14 die ook vanuit de remise Scheveningen werd geëxploiteerd. Per 6 mei 1953 ging de 1001 over naar de, eveneens Scheveningse, lijn 10. Op 1 december 1958 verhuisde de 1001 naar de remise Frans Halsstraat om dienst te gaan doen op lijn 6. Nadat de 1001 niet meer nodig was werd hij naar remise Scheveningen verplaats en deed af en toe nog dienst als instructiewagen en op lijn 10. Vanaf de tweede helft van 1987 had de wagen de remise Zichtenburg als basis. Sinds 5 januari 1992 reed de 1001 op lijn 11 vanuit de remise Lijsterbesstraat.

Reclame:
De 1001 heeft van 1950 tot 1955 een dakreclame van Ca va Seul gehad, in 1955 werd deze dakreclame vervangen door een reclame voor Eden Plymouth tot 28 juli 1959. Op 28 juli 1959 verscheen de 1001 op straat met een dakreclame voor Rivella. Op 13 november 192 is deze reclame vervangen door een Reclame van Histor. Op 5 januari 1987 ging de 1001 reclameloos verder tot zijn buitendienst stelling.


Naar boven.


De eerste PCC, nog ongenummerd, komt aan in Den Haag, 19 juli 1949
De eerste PCC, nog ongenummerd, komt aan in Den Haag, 19 juli 1949

Motorrijtuig 1002.




Naar boven.


 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu