Serie 200. - Haagse tram

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Serie 200.

Stadsmaterieel > Motorrijtuigen 4 assig.

Motorrijtuig algemeen.
Na het begin van de electrische tramexploitatie in Den Haag met de Scheveningse lijnen merkte de Haagsche Tramweg Maatschappij al snel op dat in de zomermaanden veel materieel en personeel nodig was voor de exploitatie terwijl in de wintermaanden er weinig passagiers van de Scheveningse lijnen gebruik maakte.
De H.T.M had ook serieuze plannen om vanaf het Plein via het Bezuidenhoutkwartier naar Voorburg aan te leggen. Maar gezien het toenmalige, lage, inwonertal van Voorburg zou de exploitatie met twee-assige motorrijtuigen en aanhangrijtuigen te duur worden.
Om de exploitatiekosten laag te houden meende de H.T.M. met grote motorrijtuigen met tweeman-bediening de problemen op te lossen en lagere exploitatie kosten te kunnen realiseren.
Dit resulteerde in de bestelling van een 4-assig proef-motorrijtuig. Omdat in 1907 plannen waren om Voorburg te annexeren kon met een stadsmotorrijtuig worden volstaan.
Na de aflevering verscheen het motorrijtuig op lijn 8 en werd geliefd bij de passagiers, maar gehaat bij het personeel.
De annexatie van Voorburg was inmiddels van de baan dus de wagen werd op diverse lijnen van het stadsnet ingezet waarbij al snel vastgesteld werd dat de wagen een in kon zetten in de plaats van een 2-assige motorwagen met aanhangrijtuig.

Een amusant feit is de klacht van een Haagse heer.
Hij constateerde dat zijn echtgenote sinds de indiensstelling van het grote motorrijtuig later van haar boodschappen doen in het Haagse stadscentrum terugkeerde.
Een door hemzelf uitgevoerd onderzoek leerde dat de Haagse dames zeer gecharmeerd bleken van van het grote rijtuig en bleven op het beginpunt (Plein) wachten tot die "lange" aankwam om daarmee terug huiswaarts te keren.

Motorrijtuig 200.
Deze wagen werd besteld in 1907 en in juli 1908 door de Firma Werkspoor aan de HTM geleverd.
Op 31 juli 1908 werd de wagen in dienst gesteld op lijn 8.
Het  was eigenlijk een motorrijtuigb gebaseerd op 2 aan elkaar gebouwde motorrijtuigen van de serie 21 - 150.
Zo ontstond een zesramer met aan weerszijden in het interieur twee grote langsbanken.
Het lijncijfer werd middels een grote witte glsplaat met daarop het lijncijfer in een lantaarn op het dak geplaatst en de bestemming werd middels een omklapbaar bord op het dak van de waagen aangegeven.
Bij de conducteurs was deze wagen vanwege zijn lengte niet er geliefd, maar de passagiers waren lovend over het rustige rijgedrag van deze wagen.
Helaas bleef deze wagen een éénling.
In het voorjaar van 1933 werd de motorwagen van krachtigere motoren voorzien. Het vermogen nam hier doot toe van 2 x 35 Pk naar 2 x 48 Pk.
Tevens werden de koplampen veranderd en werd de wagen in de crème kleur met grijs/groene biezen geschilderd.
In 1934 werden de klaphekjes bij de balcons verwijderd en werden (bruine) deuren aangebracht zodat het personeel beter tegen winterse omstandigheden werd beschermd.
In maart 1939 werd de Lyra sleepbeugel vervangen door twee pantogafen van het type "OOR".
In 1940 werd de wagen voor een grote opknapbeurt binnengenomen in de Centrale Werkplaats.
De grote houten langsbanken werden vervangen door omklapbare banken welke met kunstleer werden bekleed.
De beide schakelkasten op het balcon werden vervangen door schakelkasten die na de ombouw van de motorwagens 21 - 150 vrijgekomen waren.
De voorschakelweerstanden werden voor een betere koeling verplaats van onder de wagen naar het dak van de wagen;
Rond de jaarwisseling 1940/1941 werd één vandeze pantografen vervangen door een pantograaf van het type ""SNOR".

De laatste melding dat de wagen in dienst was werd gedaan op 1 september 1944.
Op 15 maart 1945 werd motorwagen 200 als laatste Haagse tram naar Duitsland afgevoerd.
Op 21 maart 1946 kwam de motorwagen pas in Düsseldorf aan maar heeft daar nooit dienst gedaan.
Vermoedelijk was deze wagen in Bremen blijven steken en werd pas na de bevrijding doorgezonden naar Düsseldorf.
Op 24 januari 1947 keerde de 200 terug in Den Haag en werd niet meer als motorwagen in herstelling genomen.
Op 25 februari werd de 200 overgebracht naar de fima Werkspoor  om hersteld te worden als aanhangrijtuig 300.
Als zodanig kwam her aanhangrijtuig op 26 oktober 1947 weer in dienst op lijn 8, waar het ooit als motorwagen zijn leven begonnen was.


Remise.
vanaf juli 1908 tot begin 1918 is de 200 gestationeerd geweest in de remise Scheveningen voor de dienst op lijn 8.
In februari 1918 tot eind 1930 was de 200 gestationeerd in de remise Lijsterbesstraat voor de diensten op lijn A, lijn 7, lijn 12, lijn 20 en lijn 5.
Van begin 1931 tot het stillegen van de tramdiensten in sptember 1944 was de 200 gestationeerd in de remise Frans Halsstraat voor de diensten op lijn 13.

Reclame.
1934 - 1935 D.M. van Vugt Grand Cafe Restaurant
1936 - 1937 D.M. van Vugt Kalfsvleeschkroket
1938 - 1945 Giezeman, de waschman die helder waschen kan.
1934 - 1945 van NELLE voor KOFFIE en THEE links voor op het front.

Van Naar boven.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu